Hoe is het Pantone-kleurensysteem ontstaan?
Kleur speelt een cruciale rol in ontwerp, communicatie en merkidentiteit. Toch was kleur tot halverwege de 20e eeuw opvallend onnauwkeurig vastgelegd. Ontwerpers, drukkers en fabrikanten gebruikten vaak dezelfde kleurnamen, maar bedoelden niet altijd dezelfde tint. Deze verwarring leidde tot fouten, extra kosten en frustratie. Uit die praktische noodzaak ontstond het Pantone-kleurensysteem: een wereldwijde standaard voor kleurcommunicatie.
De wereld vóór Pantone
Voorafgaand aan de jaren '50 bestond er geen universeel systeem om kleuren exact te definiëren. Kleuren werden beschreven met subjectieve termen als 'diepblauw' of 'warm rood', of men werkte met zelfgemaakte kleurstalen. Wat een ontwerper in gedachten had, kon bij de drukker of fabrikant heel anders uitpakken. Kleine verschillen in inkt, papier of lichtinval zorgden ervoor dat eindresultaten vaak afweken van het oorspronkelijke ontwerp.
In een tijd waarin massaproductie en internationale samenwerking steeds belangrijker werden, groeide de behoefte aan een objectieve en reproduceerbare manier om kleuren vast te leggen.
Lawrence Herbert en de doorbraak
De oorsprong van het PMS-systeem ligt bij het Amerikaanse bedrijf Pantone, dat in de jaren '50 vooral kleurkaarten maakte voor de cosmetica-industrie. De echte doorbraak kwam toen Lawrence Herbert, een chemicus met interesse in kleur en druktechniek, het bedrijf in 1963 overnam.
Herbert zag dat het grootste probleem niet het mengen van kleuren was, maar het communiceren erover. Zijn oplossing was even eenvoudig als revolutionair: geef elke kleur een unieke code en koppel die aan een exact recept van pigmenten. Zo ontstond het Pantone Matching System (PMS).
Pantone Matching System (PMS)
PMS werd geïntroduceerd als een waaier met genummerde kleurstalen. Elke kleur kreeg een vaste naam en een nummer, zoals Pantone 186 C of Pantone 285 U. De letters geven onder meer aan op welk type papier de kleur is gedrukt (bijvoorbeeld 'C' voor coated en 'U' voor uncoated).
Het grote voordeel was dat iedereen, waar ook ter wereld, met dezelfde Pantone-code exact dezelfde kleur kon reproduceren. Ontwerpers konden nu met vertrouwen specificeren welke kleur zij bedoelden, zonder afhankelijk te zijn van interpretatie.
Snelle adoptie in de creatieve industrie
Het systeem werd snel omarmd door grafisch ontwerpers, drukkers en reclamebureaus. Grote merken zagen direct de waarde ervan in: consistente kleurweergave betekende een herkenbare en betrouwbare merkidentiteit. Denk aan het rood van Coca-Cola of het blauw van IBM; kleuren die wereldwijd exact hetzelfde moeten ogen.
In de decennia die volgden breidde Pantone het systeem steeds verder uit, met duizenden nieuwe kleuren en toepassingen voor textiel, kunststof, verf en digitale media.
Pantone als culturele autoriteit
Pantone ontwikkelde zich van een technisch hulpmiddel tot een culturele autoriteit op het gebied van kleur. Sinds het jaar 2000 kiest het Pantone Color Institute jaarlijks de 'Kleur van het Jaar', een tint die volgens Pantone de tijdgeest weerspiegelt. Deze aankondiging krijgt wereldwijd aandacht en beïnvloedt trends in mode, interieur, design en marketing.
Van drukwerk naar digitaal
Hoewel Pantone zijn oorsprong heeft in de drukwereld, heeft het systeem zich aangepast aan het digitale tijdperk. Er bestaan nu koppelingen tussen Pantone-kleuren en digitale kleurmodellen zoals RGB en HEX. Toch blijft het Pantone-systeem vooral sterk in fysieke toepassingen, waar exacte kleurreproductie essentieel is.
Conclusie
Het Pantone-kleurensysteem is ontstaan uit een praktische behoefte aan duidelijkheid en consistentie, maar groeide uit tot een wereldwijde standaard. Door kleur objectief, reproduceerbaar en universeel te maken, heeft Pantone de manier waarop we ontwerpen, produceren en communiceren ingrijpend veranderd. Wat begon als een technische oplossing, werd een onmisbaar fundament van moderne visuele communicatie.